Documentatie

Ruimte voor:

– Verslagen van (inhoudelijke) bijeenkomsten

training Taalcafe in de praktijk

Woensdagavond 15 maart jl. deden we met zo’n 12 mensen de training Taalcafe in de praktijk, in Koningshof te Doorn. Deze training werd aangeboden door Tineke Puyenbroek, docente bij koepelorganisatie Het Begint met Taal. We kregen de nodige stof gepresenteerd, waarmee we ook gelijk konden oefenen; en daarnaast was er genoeg ruimte voor het stellen van vragen en uitwisselen van ervaringen.
We gaan hier zeker wat aan hebben voor het verder vormgeven van onze taalcafe’s in Driebergen en Doorn. Verwijs de mensen die je ondersteunt bij hun taalverwerving hier ook naar, of kom er samen eens langs!

Harry Schroijen, lid Werkgroep

IMPRESSIE VAN COLLEGIALE CONSULTATIE 16-02-2017

Bij collegiale consultatie is er geen agenda van gesprekspunten vooraf. Wie wil, kan vanuit zijn of haar taalactiviteit inbrengen waar men veel plezier aan beleeft, wat goed gaat en mogelijk interessant is voor een ander; maar ook waar zorg over bestaat, wat men voor advies zou willen delen met andere taalcoaches.

We zijn deze avond met 13 personen bij elkaar in de kantine van de 1-Eurowinkel in Driebergen. Uiteraard koffie of thee, verder een paar tafels met daarop het meest gebruikte leer- en oefenmateriaal uitgestald. Vóór en na het onderlinge gesprek worden de tafels gretig geïnspecteerd. Het materiaal is ook altijd in te zien in ons kantoor in de 1-Eurowinkel en tijdens ons spreekuur in het Cultuurhuis / de Bibliotheek in Doorn. Wanneer de voorraad wordt uitgebreid dan wel op het internet handzaam materiaal wordt aangetroffen, zal de Werkgroep hier mededeling van doen: vooralsnog via een email, maar op termijn ook met een kennisgeving om op onze website te kijken: www.taalcoachingheuvelrug.nl
Daarmee hebben we dan gelijk een eerste punt van gesprek te pakken: de meesten van ons zijn (nog) niet gewend om met regelmaat op een website naar eventueel nieuwe inhoud te kijken, en vinden deze wijze van communiceren ook minder persoonlijk. Vooralsnog zal de Werkgroep dus het één doen (persoonlijk informeren via email), en het ander niet laten (de inhoud van de email ook aanvullen op de website).
Bezorgdheid om het perspectief van onze taalvragers: hoe zal het op de langere duur met hen gaan, is voor ieder heel herkenbaar. Bij geen verdere opleiding of zonder (vrijwilligers)werk blijft het intensiever gebruiken van het Nederlands meestal beperkt tot een enkel uur of een paar uur per week bij ons en verkeert men verder hoofdzakelijk in eigen(taal)kring. Meer kan echter vaak niet: of omdat de taalcoach beperkt is in beschikbaarheid, of omdat de taalvrager ook zelf allerhand aan het hoofd heeft en/of moet doen. Vanuit onze Stichting Gilde Heuvelrug probeert men de komende tijd na te gaan of het mogelijk zou zijn stages of werkervaringsplaatsen te bevorderen, waarbij ook taalondersteuning een belangrijk element blijft.
Dit maakt verder de keuze voor handzaam leer- en oefenmateriaal des te belangrijker: waarmee kan iemand goed genoeg uit de voeten en wat brengt deze persoon in een redelijk tempo ook steeds verder? Dit kost vaker en herhaald wat uitzoeken, afwegen, uitproberen: niet schromen om naar elkaars ervaringen te vragen en/of een beroep te doen op de leden van de Werkgroep.
Van belang is ook om het praktisch bruikbare en gangbare goed in het oog te houden. De mening bestaat dat bij het inburgeringsexamen nogal eens gevraagd wordt naar zaken die veraf staan van het gewone leven (zoals recent in het tv-programma Lubach op zondag werd getoond).
Ook aandacht voor het onderhouden van de motivatie om de taal te gebruiken is van belang (waar verder soms weinig beweging in het bestaan zit). Behulpzaamheid kan goed doen, maar daarbij is er ook altijd weer het punt van het bewaken van de eigen grenzen daarin.
De focus van onze taalondersteuning blijft liggen op vluchtelingen (mensen voor wie Nederlands een tweede taal is: NT2), primair met een verblijfsstatus in onze gemeente en voorts bij degenen in afwachting daarvan voor elders. De tweede doelgroep hiernaast zijn hier geboren Nederlanders voor wie het gebruik van onze taal lastig blijft (NT1). Nu er (tijdelijk?) minder vluchtelingen komen, kunnen taalcoaches mogelijk ook gekoppeld worden aan taalvragers die meer ondersteuning zouden willen / kunnen hebben.
Daarnaast melden zich de laatste tijd ook vaker mensen uit andere landen aan die geen vluchteling zijn (uit andere Schengen-landen – Portugal, Polen, Duitsland, enz.- of bijvoorbeeld uit Aziatische landen). Zij hebben geen inburgeringsplicht, maar even grote communicatieproblemen en/of –behoefte. Het gaat dan niet om personeel van bedrijven dat hier naartoe wordt gehaald – en dat wel een commerciële taalcursus aangeboden krijgt (als het goed is). Bij de grotere beschikbaarheid van taalcoaches op dit moment kunnen diegenen die dit zouden willen mogelijk ook ingezet worden voor deze groepering.


Harry Schroijen, lid Werkgroep
 

– De Nieuwsbrief: archief

 

– Algemene info

Voor algemene info over onderwerpen die van belang kunnen zijn, zie o.a.:

www.coa.nl

www.inburgeren.nl

www.vluchtelingenwerk.nl