Vraag en antwoord

 

Wie zijn de taalhulpvragers?

Taalhulpvragers komen meestal uit de volgende globale groepen:

  • Inwoners van gemeente Utrechtse Heuvelrug
  • Vluchtelingen vanuit het AZC Leersum
  • Mensen van project “De Verleiding”
  • Deelnemers van de inburgeringscursus

Wat zijn kenmerken van de taalhulpvragers?

  • Anderstaligen (ook wel cursist) zijn afkomstig uit alle windstreken van de wereld en wonen om verschillende redenen in Nederland.
  • Het kan gaan om immigranten of vluchtelingen, zij kunnen hoog- of laagopgeleid zijn en zijn afkomstig uit een cultuur die veel of weinig verschilt van de onze.
  • Sommigen spreken al redelijk goed Nederlands, anderen nog zeer gebrekkig.
  • Eén ding heeft het merendeel van de anderstaligen gemeen: ze vinden het prettig om in contact te komen met mensen die in Nederland wonen, met wie ze soms voor het eerst eens rustig Nederlands kunnen praten.
  • Ook zullen ze allemaal een leerdoel hebben. Waarom wil de anderstalige Nederlands leren, waar wil hij de taal voor gebruiken?

Hoe ziet het taaltraject eruit?

  • Het taaltraject start met de vraag van de anderstalige die Nederlands wil leren.
  • De coördinator houdt een intakegesprek met de anderstalige en kijkt wat de behoeftes en het taalniveau zijn van de anderstalige.
  • Vervolgens zoekt de coördinator een vrijwilliger die matcht met de anderstalige. Ook met nieuwe vrijwilligers die zich aanmelden, wordt een intakegesprek gehouden voordat ze aan de slag gaan als taalcoach.
  • Na een jaar tot anderhalf jaar eindigt het taaltraject. De vrijwilliger en anderstalige worden ontkoppeld.
  • uiteraard kan er nog informeel contact tussen coach en anderstalige blijven bestaan

Hoe stel ik als taalcoach een leerdoel vast?

  • Begin bijvoorbeeld, na een voorstelrondje, met de volgende vraag: wat kun je al in het Nederlands? Of Wanneer praat je Nederlands? Vraag vervolgens Wat wil je leren/kunnen?
  • Taal is vaak een middel om een leerdoel te bereiken, dat doel kan op verschillende niveaus liggen. Zo’n doel vaststellen kan lastig lijken in het begin. De anderstalige weet soms zelf niet wat zijn doel is of hoe hij een doel moet formuleren. Zie dit als een interessante zoektocht waarbij je de anderstalige beter leert kennen.
  • Je kunt altijd tips en adviezen inwinnen bij de taalcoördinator, andere taalcoaches of bij Het Begint met Taal.
  • Er is veel materiaal beschikbaar op internet.

Voorbeelden van leerdoelen:

  • gesprek met huisarts voeren;
  • telefoongesprek in het Nederlands voeren;
  • gesprek met docent van de kinderen kunnen voeren (lesvakken van het kind, rapport);
  • met geld om kunnen gaan (geld terugkrijgen: optellen en aftrekken in het Nederlands);
  • eenvoudige formulieren kunnen invullen;
  • gebruik kunnen maken van openbaar vervoer (gebruik maken van OV-chipkaart);
  • afspraken kunnen maken (persoonlijk of telefonisch);
  • bellen van het noodnummer 112;
  • weten welke instanties er in de buurt zijn waarop hij/zij een beroep kan doen.

Wat levert het taaltraject op?

  •  De taalvaardigheid, zelfredzaamheid en het vertrouwen van anderstaligen vergroot.
  •  Bijdraagt aan anderstaligen uit hun isolement te halen.
  •  Goed aansluit bij de behoeften van de anderstaligen.
  •  Veel ruimte biedt voor persoonlijke aandacht.
  •  Toeleidt naar (vrijwilligers)werk, inburgering, cursus of opleiding.
  •  Zorgt voor een positiever beeld van anderstaligen bij vrijwilligers.
  •  Mensen bijeen brengt en actief burgerschap vergroot.
  •  Voorziet in een behoefte en een brede groep vrijwilligers aanspreekt.
  •  Als taalvrijwilliger kun je iemand verder helpen met taal en zijn of haar toekomst in Nederland!

Hoe motiveer ik de anderstalige?

  • De motivatie van een anderstalige wordt gestimuleerd door te achterhalen waar hij/zij naartoe wil werken.
  • Niet alle anderstaligen zijn even gemotiveerd. Vaak gaat er veel meer schuil achter deze ogenschijnlijke desinteresse/onverschilligheid. Veel anderstaligen zijn bang om fouten te maken.
  • Mensen die als vluchteling naar Nederland zijn gekomen hebben over het algemeen veel meegemaakt of lange tijd (tijdens procedures ed.) niets mogen doen.
  • Probeer niet direct te oordelen over de matige motivatie die iemand in eerste instantie soms laat zien, maar probeer in plaats daarvan samen met de anderstalige op zoek te gaan naar wat hem tegenhoudt én wat hem drijft.